Yeah yeah yeah, bedaa bedaa bedaa.

Deze blogpost maakt deel uit van mijn Everybody’s free (to wear sunscreen)  project. Je moet niet alle berichten lezen om hem te snappen. Weten dat ze gebaseerd zijn op deze tekst, is genoeg. Soms zal ik van de inhoud afwijken. Maar dat mag ik van mezelf.

Yeah yeah yeah, bedaa bedaa bedaa. Dat was in mijn kleutertijd de tekst van zowat elk Engelstalig nummer. Waarom ik dat hier schrijf? Awel, we zijn hier:

“Sing.”

Ik doe dat echt veel. Niet dat ik het goed kan, maar ik vind het plezant. In de auto, tijdens het koken, om mijn man op zijn zenuwen te werken of hem mijn liefde te verklaren,… Er is ook een stuk van mijn brein volledig ingenomen door liedjesteksten en melodieën. Als dat stuk ooit zou vrijkomen voor nuttige zaken, ik zou nogal eens een genie zijn.

Al is dat stuk brein met liedjesteksten niet compleet nutteloos. Tijdens mijn reis naar Thailand met deze fantastische organisatie bijvoorbeeld. We trokken 2 dagen door de jungle en af en toe kwam er iemand van de groep naar mij : ‘Hé Mart, hoe gaat dit liedje weer?’. Dan zong ik een stukje en barstten we verder samen in zang uit om de slangen op afstand te houden. Bij bloedzuigers werkte het niet. Die kwamen gewoon op uw benen zitten, de suckers, zingend of niet.

Natuurlijk zijn mijn tekstinterpretaties niet altijd de juiste. Zo was ik er zeker van dat deze meneer ‘Like a goat’ zong. En is de groep vrienden waarmee ik jaarlijks naar Best Kept Secret ga, vernoemd naar een van mijn misheard lyrics. We noemen onszelf ‘The silly can holders’ en het eerste jaar dat BKS bestond trad Macklemore op. Maak de som en je gaat weten welk nummer ik bedoelde.

Af en toe zing ik zelfs op een podium. Geïmproviseerde nummers dan nog. Nooit van het niveau dat deze groep het kan, maar ik merk dat mensen toch snel onder de indruk zijn als je uit het niets op een melodie kan rijmen.

Oh, en de occasionele karaoke kan er bij mij ook wel altijd af.

Advertenties

Want Pippi is meer dan een stijlicoon.

Deze blogpost maakt deel uit van mijn Everybody’s free (to wear sunscreen)  project. Je moet niet alle berichten lezen om hem te snappen. Weten dat ze gebaseerd zijn op deze tekst, is genoeg. Soms zal ik van de inhoud afwijken. Maar dat mag ik van mezelf.

We zijn ondertussen hier aangekomen:

“Do one thing every day that scares you.”

Een moeilijke. Want ik ben geen bangerik en leef grotendeels volgens Pippi Langkous:

Par1613948

Ik heb parachute gesprongen, moet in spookhuizen dikwijls voorop lopen en at zonder problemen krekels. Water-, podium- of telefoonvrees: ik ken ze niet van dichtbij. Elke dag iets doen waar ik bang van ben, zou dus bitter kort duren.
Maar om het toch over angsten te hebben, zocht ik even de 10 meest voorkomende angsten van mensen op. En ik leerde van de radio dat het spannend is om te beginnen bij 10.  (Teaser: ik heb er maar 2 van de 10 een beetje!)

10. Necrofobie: angst om dood te gaan.

Daar ben ik nooit bang voor geweest. Want ik veronderstel dat als ik dood ga, het niet door mijn eigen schuld zal zijn. Dus kan ik er niets aan doen en is het maar zo. Dan ga ik liever rustig dood zonder mij ook nog eens zorgen te maken over hoe ik die dood zou kunnen vermijden.
Ik ga het niet bewust opzoeken door te douchen met de broodrooster of extreem ongezond te gaan leven, maar als het zover is… Dan denk ik nu, dat ik me daar gewoon bij zal -woordkeuze, Mart- neerleggen.

9. Brontofobie: angst voor donder en bliksem

De bliksem: dat is toch gewoon mooi? De meest legendarische bliksem die ik ooit zag was als monitrice op kamp in Fiesch. We gingen raften en na ongeveer een uurtje brak er een onweer van jewelste uit. Letterlijk 10 meter voor ons is toen de bliksem ingeslagen op een boom. Ik zweer dat ik Zeus in zijn ogen kon kijken. Zo indrukwekkend schone natuurkracht.
En hoewel donder wel – Mart, serieus, weeral?- overdonderend kan zijn, vind ik dat een overwegend gezellig geluid.

8. Carcinofobie: angst om kanker te krijgen

Iedereen die mijn vorige blogpost las, zal wel begrijpen dat ik hier uiteraard wel een beetje mee zit. Al is angst een groot woord. De kans dat ik het krijg is gewoon erg groot.
Zoals je al kon lezen bij necrofobie gaat dit voor mij waarschijnlijk een “Dat is dan maar zo.”-kwestie zijn. Uiteraard wil ik dan graag dat ze mij genezen als dat mogelijk is. Ik kan wel wat verdragen van medische professionals, zolang ze eerlijk en rechtuit zijn. De behandelingen neem ik er wel bij.

Dus angst: een beetje. Maar niet te veel.

7. Emetofobie: angst om over te geven

Deze angst klinkt onnozel, maar gaat heel wat dingen in je leven beheersen. Mensen vermijden omdat ze misschien besmettelijk zijn, plaatsen vermijden omdat er misschien iemand anders ziek zal worden, niet in achtbanen gaan (verschrikkelijk!), bepaalde dingen niet eten of drinken,… Behoorlijk geschift als je er verder bij nadenkt.
Ik geef niet makkelijk over. Wel handig als graadmeter: als ik iets moet uitslikken, is er echt iets mis. Maar deugd dat dat soms kan doen!
Iemand of een diertje dat overgeeft is ook altijd extreem zielig. Ik heb ooit ergens gelezen dat mensen er automatisch tranen van in de ogen krijgen. De bleiterij krijg je er dus altijd gratis bij.
Maar zit er iemand te wachten op kotsverhalen? Ik dacht het niet!
(Als dat wel zo is kan je deze scène uit Stand By Me wel aanraden!)

6. Acrofobie: angst om te vallen

Vallen, ik vind het een zalig gevoel zolang ik niet moet landen. Want het is dat landen dat meestal voor problemen zorgt.
Voor mijn achttiende verjaardag kreeg ik van mijn meter en peter een parachutesprong cadeau. Een zeer uitgebreide val, dus. Dat is dus zalig. Een klein momentje van bijna-pipi-in-de-broek als je uit het vliegtuig hangt (het was een duosprong), maar dan: totale vrijheid. Het landen is ook helemaal onder controle, dikke plus.
Ook naar beneden kijken van torens of kliffen vind ik geen probleem. Niet dat ik mij daarom Jack-ass-gewijs van allerlei afgronden ga storten,  maar een goede deathride sla ik niet af.

5. Claustrofobie: angst voor afgesloten ruimten

Deze ken ik een beetje, maar ik wist het pas toen ik de uitleg las.
Ik voel mij redelijk paniekerig in grote groepen mensen op plaatsen waar ik de uitgang niet kan zien of weet zijn. Bijvoorbeeld in een vreemde stad in een straat tijdens een braderie. Je kan echt alleen maar naar waar alle anderen ook gaan. Brrrrrr. Volgens de uitleg van claustrofobie is dat er ook.
Ahja, de ondergrondse stad in Cappadocië vond ik ook maar niets. Al ben ik niet zeker of het claustrofobie was of eerder de Gallische angst dat de hemel (en alles wat er tussen zat) op mijn hoofd zou vallen.

4. Agorafobie: angst voor openbare ruimten

Hiervan zal er dus een vleugje zitten in mijn soort van (extreem lichte)  claustrofobie. Op nieuwe plaatsen de uitgang niet weten zijn. Of de WC! Dat vind ik vervelend. Maar ik ga er niet van zweten of bevriezen.
Ik las dat deze angst sterk gelinkt is met alcoholisme. Daardoor lijkt het erop dat meer vrouwen agorafobie hebben dan mannen. Omdat ze bij mannen denken dat het alcoholisme de oorzaak is.

Psychologie, het is me wat!

3. Aerofobie: vliegangst

Duidelijk helemaal geen last van. Ik vind vliegen leuk. Die keer dat ik naar Milaan ging waren tijdens de extreme turbulentie nog mensen geïrriteerd omdat ik zo rustig bleef. Dat brengt ons ook weer een beetje bij 1, de necrofobie. Als de piloot er niks aan kan doen, ik ook niet.
Gewoon het feit dat het mogelijk is voor ons, gewone mensen, om hier op een vliegtuig te stappen en de hele wereld af te reizen. Ik vind dat fantastisch.
(Gratis tip: ik wil heel graag eens in een luchtballon vliegen. )

2. Sociale fobie: angst voor andere mensen

Bang zijn van interacties met anderen. Ik kan mij dat zelfs niet voorstellen. OK, iedereen is wel eens een beetje zenuwachtig om met een bepaald iemand te praten. Maar constant?
Ik vind nieuwe mensen meestal spannend en inspirerend. Iedereen heeft wel iets te vertellen, en ik wil het allemaal weten. Nieuwsgierigheid heeft dus zwaar de bovenhand op eender welke sociale fobie ik ook maar zou hebben.

1. Arachnofobie: angst voor spinnen

Serieus? Spinnen? In België??? Dat is 1000 keer kleiner dan een mens, heeft niets levensbedreigend en kan weggeblazen worden. Plus megaveel interessante features zoals boeklongen en facetogen.

Niet dat ik dus volledig onbevreesd leef, maar het is allemaal erg mooi binnen de perken. Mijn nachtmerries zijn meestal ook erg banaal. De laatste was dat ik op een festival was waar Arcade Fire had opgetreden en ik was gewoon vergeten te gaan kijken. Akelig hé?!

Ook donkergrijs vervaagt.

Deze blogpost maakt deel uit van mijn Everybody’s free (to wear sunscreen)  project. Je moet niet alle berichten lezen om hem te snappen. Weten dat ze gebaseerd zijn op deze tekst, is genoeg. Soms zal ik van de inhoud afwijken. Maar dat mag ik van mezelf.

Eentje waar ik van in het begin al van wist wat ik erover wou schrijven. Waar ik met een bang hart naartoe leefde en nu ook met zakdoekjes in de aanslag en tranen in de ogen aan werk.

Don’t worry about the future. Or worry, but know that worrying is as effective as trying to solve an algebra equation by chewing bubble gum. The real troubles in your life are apt to be things that never crossed your worried mind, the kind that blind side you at 4 PM on some idle Tuesday.

Het was geen dinsdag.

Het was een vrijdag.

Vrijdag 14 september 2012. De dag dat ik mijn mama verloor.

Veel tijd om er mij zorgen over te maken, had ik niet. Op iets meer dan een week waren wij haar kwijt.  Ik zeg ‘wij’ want er zagen zoveel mensen mijn mama graag.  Mijn papa, mijn zussen, haar ouders, haar broer en zussen, haar vrienden en vriendinnen, al haar leerlingen…. Er waren zoveel mensen waarvan de wereld plots even heel donkergrijs werd toen ze het nieuws vernamen.

Ik had mij nooit zorgen gemaakt over de dood van (een van) mijn ouders.  Ze waren een constante, vanzelfsprekende aanwezigheid. Dat vertrouwen van ‘ze zullen er wel zijn als ik ze nodig heb’ dat je als kleuter hebt, is bij mij nooit weggegaan. Ook niet toen de eerste keer de diagnose borstkanker bij mama werd vastgesteld.

De ene keer dat ik haar vroeg: ‘Maar dat gaat over, hé?’, zei ze letterlijk:’ Ja Martje, ik ga niet dood hoor.’.

En ik geloofde haar blindelings. Zij wist namelijk alles, altijd.

Ze is ook niet gestorven aan borstkanker. Wel aan andere kanker die begon in haar lever. Kanker waardoor ze haar droomreis naar Egypte niet kon maken. Ze heeft nog op een bescheiden barricade gestaan voor mensen die door chronische ziekte nooit een annulatie – of reisverzekering kunnen afsluiten. Peeters & Pichal belden haar er nog over.  Want zo was ze: ook op zwakkere momenten strijdvaardig.

De chemotherapie en bijkomende behandelingen doorstond ze. Papa durfde haar zelfs met een mobilhome mee op reis nemen omdat ze voldoende hersteld was. Maar toen gebeurde er iets raars…

Mama had iets gekregen dat op een beroerte leek, in Tsjechië. Papa is koelbloedig gebleven, belde de dokter en mama’s zus om klaar te staan als ze terug in België waren en mama werd onmiddellijk naar het ziekenhuis gebracht. Daar verbleef ze op de ‘stroke unit’, wat wilt zeggen dat je maar 3 uur per dag op bezoek mag.

Maar een beroerte, daar kan je van herstellen. Mijn mama was een doorzetter, dus revalidatie dat kon ze. Het was gewoon weer een vluchtheuvel op haar levensweg. Daarna zou ze gewoon weer rechtdoor kunnen. Ons volop bemoederen met raad, en de fierste Moekie, de door haar gekozen Bomma-titel, van de wereld worden. Je voelt het natuurlijk al komen, ik schreef ‘dat op een beroerte leek’, want het was geen beroerte. Drie dagen na haar opname, wisten we het.

Kanker in haar hersenen. Hetgeen dat mijn mama ‘mama’ maakte, waren we kwijt.

Ik was net gestart bij Social Lab. Letterlijk. Ik werkte er 3 dagen. Op de ochtend van mijn 4de dag had ik een akelig gevoel. Ik moest naar huis. Uitleggen waarom precies kon ik niet, maar ik voelde dat het moest. Gelukkig was mijn directe baas erg begripvol en vond hij dat, gezien de situatie van een mama-in-het-ziekenhuis, helemaal geen probleem. Ik belde papa, die op dat moment al een aantal dagen in het ziekenhuis leefde, en vertrok. Om mij niet alleen in het grote, ouderlijke huis te laten slapen, kwam hij mee naar huis die nacht en nam mama’s zus de wacht over.

En dan, om 6 uur ’s ochtends: telefoon. ‘Dat we beter maar terugkwamen naar het ziekenhuis.’

Om 10 uur heb ik mama haar kaarsje zien uitgaan.

Want zo is het.

Een klein, dovend vlammetje en een zucht…

Ik hoop dat ze ons nog hoorde. Dat ze wist dat wij bij haar waren, en verdomme veel van haar houden.

Of ik mij nu zorgen maak over de toekomst? Gelukkig niet té veel bewust. Ik ga ervan uit dat mijn papa ook gekke pannenkoeken-bakkende zwembad Bombert gaat zijn voor onze kinderen, net als hij dat is voor die van mijn zus.

Ik hoop uit de grond van mijn hart dat mijn schoonpapa zijn kleinkinderen dingen gaat kunnen leren en wijsmaken. En ik ben er heel zeker van dat mijn schoonmama exponentieel veel liefde over hen gaat uitstorten, omdat zij de ‘Moekie maal 2’ gaat zijn.

(Ook die kleinkinderen voor hen, dat is een wens. Maar dat is voor later.)

Dik is een state of mind!

Deze blogpost maakt deel uit van mijn Everybody’s free (to wear sunscreen)  project. Je moet niet alle berichten lezen om hem te snappen. Weten dat ze gebaseerd zijn op deze tekst, is genoeg. Soms zal ik van de inhoud afwijken. Maar dat mag ik van mezelf.

Vandaag is het zelfs maar een zinnetje. Zot! Dit is mijn persoonlijke visie en ik wil niemand ermee kwetsen. Als ik ‘dik’ zeg, is dat puur vanuit mijn standpunt. Iedereen is mooi!

You are not as fat as you imagine.

Het swingde de pan uit. De zomer van 2015 was ik op mijn zwaarste ooit. Mijn dikste ooit. Maar dat loopt naar het schijnt ook samen met het gelukkigst ooit.

Dat geluk heeft veel te maken met het feit dat ik die zomer ten huwelijk ben gevraagd door (hou een kotszakje klaar) de man van mijn leven. Hij wilde echt met mij trouwen. Zélfs toen ik dikker was. Als ik nu de foto van het aanzoek terugzie, besef ik pas hoe ‘erg’ het toen was. Maar het is pas in retrospect dat ik dat zie. Ik was toen in zekere zin dus fatter dan ik mij ge-imangined had. Ha!

Ik ben niet beginnen afvallen om er optimaal uit te zien op mijn trouwdag. Ik wilde er vooral als mezelf uitzien die dag. Dus tien kilo wilde ik zeker niet kwijt. Maar toch een paar.

Ik kocht in december, 10 maanden voor dé datum, als deel van mijn trouwoutfit, een rok met een brede elastiek. Zodat ik nog ruimte had voor kroketten tijdens het feest. Ik mocht dus ook niet meer veel afvallen of de rok zakte op mijn enkels. En toen kwam Lien met haar boek over het 5:2 dieet. Dat leek mij zo haalbaar!  Er zijn al heel veel blogposts over dat dieet, veel beter en gefundeerder dan wat ik zou kunnen schrijven. Maar ik hou dat dus vol. Het is echt niet moeilijk voor mij en het werkt. Ik ben 5 kilo minder zwaar dan de zwaarste versie van mezelf, en die kilo’s blijven ook weg. Zelfs met mijn kaas- en chipsgewoontes.

Naast Lien haar boek, dat vooral mentale steun heeft geboden, kocht ik ook het 5:2 vegetarian boek. Daar staan heel veel recepten in, zodat je makkelijk een hele dag door dingen kan eten zonder boven die 500 kcal te gaan. En Pinterest blijft natuurlijk een echte grot van Alibaba als het op recepten, dus ook 5:2 recepten, aankomt.

(Er is ook een Facebookgroep rond dit dieet, maar daar ben ik uitgestapt. Er worden te veel simpele vragen gesteld, te veel onwaarheden verspreid en te hard gezeurd. Als je een zuurpruim wordt van een dieet, doe het dan alsjeblieft niet. Tenzij je gemoedstoestand zonder diëten nog erger is natuurlijk.)

Voilà, ik ben dus weer exact zo dik als ik zelf denk. En dat is prima.

De kracht en schoonheid van mijn jeugd.

Deze blogpost maakt deel uit van mijn Everybody’s free (to wear sunscreen)  project. Je moet niet alle berichten lezen om hem te snappen. Weten dat ze gebaseerd zijn op deze tekst, is genoeg. Soms zal ik van de inhoud afwijken. Maar dat mag ik van mezelf. 

De kracht en schoonheid van mijn jeugd.  Voor het gemak focus ik op schoonheid. Waarom? Dat weet ik niet. Is dat erg? Nee.

Enjoy the power and beauty of your youth. Oh, never mind. You will not understand the power and beauty of your youth until they’ve faded. But trust me, in 20 years, you’ll look back at photos of yourself and recall in a way you can’t grasp now how much possibility lay before you and how fabulous you really looked.

Als er iets is dat ik tijdens mijn jeugd -van mijn 13de tot mijn 18de- niet waardeerde, is het zeker dat.

Ik vond mezelf gigantisch in allerlei opzichten. Een mollige buik die ik al heb sinds mijn peutertijd, te lange benen, borsten die te vroeg en te plots kwamen…Ik durfde nauwelijks in bikini verschijnen. Een eerste ‘volwassen’ bikini gaan kopen was dan ook een strijd. Terwijl mijn vriendinnen vrolijk in de H&M van die minuscule driehoekjes gingen kopen, moest ik met mijn mama naar een ‘echte’ winkel. Waar alles naast lelijk en stom ook gigantisch ouderwets was. Met een puber die zichzelf ook voornamelijk lelijk en stom vindt, moeten die winkelmomenten voor de mama enorm ontspannend geweest zijn.

(Voor BH’s ook trouwens. Maar mijn mama deed zo haar best! De dag dat Marlies Dekkers doordrong tot in Lummen was een prachtige dag voor mij als zestienjarige. Want meisjes en vrouwen met iets grotere borsten zien ook graag eens iets anders dan wit of vleeskleur. Sindsdien is er gelukkig veel veranderd.)

Daarnaast maakte ik ook enkele kapsel en kleding keuzes  waar ik verder niet op in zal gaan. Het heeft met kleurshampoo uit de supermarkt en Venom broeken te maken. Je snapt het wel, want jij bent ook puber geweest begin 2000 (of googlet nu). Grootste voordeel: foto’s nemen was een pak omslachtiger dan nu. Maar een selfiequeen zou ik sowieso nooit geworden zijn. De manier waarop pubers nu constant geconfronteerd worden met hun eigen uiterlijk en dat van anderen, zou ik moeilijk aangekund hebben.

Is het naïef om te denken dat ik ‘de schoonheid van mijn jeugd’ nog niet kwijt ben? Nu heb ik tenminste wat stijlgevoel om ze te ondersteunen. En als mijn man en ik de trein willen nemen, bieden ze ons aan het loket nog altijd een GoPass aan. Dus ik zal ze nu megahard beginnen appreciëren, ik zweer het! Binnen een jaar of 20 herevalueren we dan wel.

Dat iedereen zijn goesting mag doen.

Ik heb een plan. Een beetje een zot plan. Misschien blijkt het wel een totaal oninteressant plan. Maar dat weet ik natuurlijk pas als ik het heb uitgevoerd.

Het zat zo: de zon scheen. En dan krijg ik al eens kolder in de kop, zoals de rest van Vlaanderen. Bij een deel van de bevolking uit zich dat door van de ene dag op de andere 4 lagen kleding weg te laten en de lagen die ze wel nog dragen zodanig te verkorten dat het bijna geen lagen meer zijn. Bij een ander deel door als een manische duivel dingen op een  barbecue te gooien. Bij mij niet. Bij mij gaan er dan plannen borrelen in mijn op zonne-energie werkend brein.

Daar bovenop was ik met de auto aan het rijden en de radio stond aan. Aangezien de plaatjes al eens actualiteitsgebonden durven zijn op Studio Brussel, kwam Everybody’s free (to wear sunscreen) van Baz Luhrman nog een keer voorbij. En POEF: mijn plan was geboren.

Want die tekst, mannekes, dat is mij nu eens tekst om te zeggen: amai, wat een tekst. Bovendien heb ik over bijna elke zin of strofe van die tekst ook wel iets te zeggen.

Voila: dat is mijn plan! Iets schrijven bij elke strofe uit dat lied. Het kan wel eens persoonlijk worden. Akelig. Maar kijk, ook dat moet kunnen. Als de zon schijnt.

De tekst, om al eens te lezen. En te denken: amai, wat een tekst.

Zo, nu is het openbaar. Groepsdruk, doe je werk!

Wear Sunscreen

By Mary Schmich of the Chicago Tribune

Ladies and gentlemen of the class of ’98: Wear sunscreen.

If I could offer you only one tip for the future, sunscreen would be it. The long-term benefits of sunscreen have been proved by scientists whereas the rest of my advice has no basis more reliable than my own meandering experience. I will dispense this advice now.

Enjoy the power and beauty of your youth. Oh, never mind. You will not understand the power and beauty of your youth until they’ve faded. But trust me, in 20 years, you’ll look back at photos of yourself and recall in a way you can’t grasp now how much possibility lay before you and how fabulous you really looked. You are not as fat as you imagine.

Don’t worry about the future. Or worry, but know that worrying is as effective as trying to solve an algebra equation by chewing bubble gum. The real troubles in your life are apt to be things that never crossed your worried mind, the kind that blind side you at 4 PM on some idle Tuesday.

Do one thing every day that scares you.

Sing.

Don’t be reckless with other people’s hearts. Don’t put up with people who are reckless with yours.

Floss.

Don’t waste your time on jealousy. Sometimes you’re ahead, sometimes you’re behind. The race is long and, in the end, it’s only with yourself.

Remember compliments you receive. Forget the insults. If you succeed in doing this, tell me how.

Keep your old love letters. Throw away your old bank statements.

Stretch.

Don’t feel guilty if you don’t know what you want to do with your life. The most interesting people I know didn’t know at 22 what they wanted to do with their lives. Some of the most interesting 40-year-olds I know still don’t.

Get plenty of calcium.

Be kind to your knees. You’ll miss them when they’re gone.

Maybe you’ll marry, maybe you won’t. Maybe you’ll have children, maybe you won’t. Maybe you’ll divorce at 40, maybe you’ll dance the funky chicken on your 75th wedding anniversary. Whatever you do, don’t congratulate yourself too much, or berate yourself either. Your choices are half chance. So are everybody else’s.

Enjoy your body. Use it every way you can. Don’t be afraid of it or of what other people think of it. It’s the greatest instrument you’ll ever own.

Dance, even if you have nowhere to do it but your living room.

Read the directions, even if you don’t follow them.

Do not read beauty magazines. They will only make you feel ugly.

Get to know your parents. You never know when they’ll be gone for good.

Be nice to your siblings. They’re your best link to your past and the people most likely to stick with you in the future.

Understand that friends come and go, but with a precious few you should hold on. Work hard to bridge the gaps in geography and lifestyle, because the older you get, the more you need the people who knew you when you were young.

Live in New York City once, but leave before it makes you hard.

Live in Northern California once, but leave before it makes you soft.

Travel.

Accept certain inalienable truths: Prices will rise. Politicians will philander. You, too, will get old. And when you do, you’ll fantasize that when you were young, prices were reasonable, politicians were noble, and children respected their elders.

Respect your elders.

Don’t expect anyone else to support you. Maybe you have a trust fund. Maybe you’ll have a wealthy spouse. But you never know when either one might run out.

Don’t mess too much with your hair or by the time you’re 40 it will look 85.

Be careful whose advice you buy, but be patient with those who supply it. Advice is a form of nostalgia. Dispensing it is a way of fishing the past from the disposal, wiping it off, painting over the ugly parts and recycling it for more than it’s worth.

But trust me on the sunscreen.

Foefelare in Milano

Donderdag 10 oktober ben ik voor het eerst op een vliegtuig gestapt zonder dat er iemand bij me was die ik kende. Een vliegtuig naar Milaan, gelukkig naar iemand die ik ken. Want Katrien woont in Milaan om te werken. En dat is een bezoekje waard!

Nu die vlucht, dat was me wat. We waren zo’n 20 minuten in de lucht toen het begon. Je kan het je best voorstellen als een ritje in Joris & de Draak (of een andere houten achtbaan, maar die ken ik het beste) dat 50 minuten duurt. Turbulentie. De mevrouw die naast me zat zag er al uit als een dode vis en haar complexie werd er niet beter op. En toen begon het. De eerste greep naar het kotszakje… De mededeling van de piloot (die in het Engels minder verstaanbaar was dan in het Italiaans, en ik spreek geen Italiaans) dat we niet gingen kunnen landen, bleek ook te werken als een salmonella burger in een bejaardentehuis. Al snel had ik 3 uitslikkers rondom mij zitten. Mijn maag is van staal en ik ken de achtbaan Joris & de Draak niet zomaar erg goed en had dus van weinig last. Ik bladerde nog wat in het vliegtuigboekje, kribbelde wat in mijn schriftje en bleef heel kalm. Waardoor de dode vis naast mij me echt vernietigende blikken begon toe te werpen. Gelukkig konden we toen bijna landen. Katrien stond ondertussen op de luchthaven te wachten. Drijfnat van het onweer waardoor ik niet kon landen. Terwijl ze zag hoe verschillende vluchten werden omgeleid naar Turijn en Bologna. Dus ook zij was erg opgelucht dat ik uiteindelijk door de deuren van de aankomsthal kwam. En toen moest het nog beginnen!

In de stad Milaan zelf is niet echt veel te zien. Maar wat ik zag vond ik wel redelijk mooi. De Duomo bijvoorbeeld. Vooral vanbinnen als de zon door de glasramen schijnt. En de vloer! Ik was echt wel fan van de vloer. We konden helaas niet op het dak vanwege een Manifestatione. (Die zes man op een straathoek met een vlag bleek te zijn.)

Ik stelde ook cultuur-historisch belangrijke vragen over de standbeelden zoals ‘Waarom is dit paard zo bang?’ en aan Leonardo (Da Vinci) vroeg ik ‘Hey Leonardo, you like me for me?‘.  Voor de duiven op de standbeelden had ik dan weer een diep respect omdat ze zich echt wel goed konden integreren.

We gingen ook naar Villa Bonnaparte dat we omdoopten tot ‘Het museum van de lezende vrouw’, want ja, er waren veel schilderijen en beelden van vrouwen die lazen. Daar was vooral de tuin echt mooi. In het park achter Castello zagen we de vreemdste work-out ooit. En oldtimers. En ook wel wat foefelare hier en daar, waardoor Katrien mijn talent om Italiaanse nonsens taal uit te slaan heeft ontdekt.

Zaterdagavond gingen we naar de Tunnel club omdat Simian Mobile Disco daar plaatjes draaiden. Wat we niet wisten, was dat er een gastenlijst was. Maar door onze naam erg overtuigend en zo buitenlands mogelijk uit te spreken, werden we zonder veel discussie door gelaten. Ik stak er boven iedereen uit (met hakken van 3 centimeter) en heb gedanst terwijl ik ‘Ik heb geen imaaaaagoooo!’ stond te roepen. Dat we niet precies door hadden wie Simian Mobile Disco nu was en of die nu al bezig waren, maakte op zich niet echt uit. De mojito was straf en de beats dansbaar.

En zondag ging ik dan maar weer naar huis. Omdat dat ook moet gebeuren.

Zijn er nog vragen?

(Oh ja, het heeft tot zaterdag 12:00 geduurd eer ik mijn eerste Hollander hoorde. Het was in een mooie mode winkel ‘10 Corso Como’ waar ze tegen een Dior jurkje zei: ‘Ja nou het kan dan wel allemaal mooi zijn, het zit toch nooit lekker’)